R A I L G O E D . N E T                             

Railgoederenvervoer in en om Nederland                                                  

 

Veendam Bezoeken

 

Veendam voortvarend (anno 2007)

Verslag van een bezoek aan Veendam in 2007

Ver verwijderd van de Randstedelijke drukte leidt Veendam als spoorstad een relatief anoniem bestaan. Met drie à vier goederentreinen per dag en drie actieve aansluitingen is het voor Nederlandse begrippen een middelgroot goederenstation. En dan is er natuurlijk de museumactiviteit van de Star, maar daarover gaat dit thema niet. Het industrieterrein ligt ingeklemd tussen een kanaal, de plaatsen Veendam en Muntendam en de oude spoorlijn Zuidbroek - Veendam. Het is goed verscholen en grotendeels niet toegankelijk voor een treinspotter. Niet alles kan daarom in beeld gebracht.  

Buurtgoederen

De eerste trein die ik op 2 mei 2007 opvang is de unit cargo 55341 van Railion. Het is ideaal fotoweer, al veroorzaakt de heldere zon nu al in de ochtend harde schaduwen. Om 10:00 uur klimt de 6413 met tien wagens de Tussenklappenpolder uit tot aan de overweg in de straat naar Muntendam. Het spoor is geïsoleerd tot en met het eerste (op afstand bediende) wissel, linksaf ligt het raccordement van de railterminal RSCG, rechtdoor loopt de oude lijn naar Veendam en Stadskanaal. Na een korte wachttijd verdwijnt de 6413 met zijn lading tussen hekken en bosschages naar het terrein van de containerterminal van Jonker, die vooral gedomineerd wordt door opslagruimtes van Vos Logistics. Vier twee-assige dichte wagens en twee wagens met elk twee tankcontainers hebben de containerterminal als voorlopige eindbestemming. Vier vier-assige grootvolumewagens zullen later bij Nedmag afgeleverd worden. Op het terminalterrein wordt op dat moment een containertrein beladen door twee reach stackers; de 5811 van ACTS die kennelijk hier heeft overnacht, staat er voor. 

Containers

De volgende trein is een containershuttle van ACTS, die ik opwacht bij het eens zo drukke en tegenwoordig door roest, rust en kwinkelerende vogels overheerste rangeerterrein Onnen, even ten zuiden van Groningen. Er staan wat ketelwagens en verroeste platte wagens. Alleen bij de lijnwerkplaats is bedrijvigheid: vele dubbeldekkers wachten er hun onderhoudsbeurt af. Elk half uur passeert er in elke richting een koploper Groningen - Amersfoort en een buffel Groningen - Zwolle. Een viertal liefhebbers van oude Florett-brommers pauzeert op de brug over het emplacement; ze verbazen zich over het feit dat er naast vliegtuigspotters ook treinspotters blijken te bestaan. Precies volgens de dienstregeling rolt de 5814-loc van ACTS met 33 lange containerwagens (totale ruimte: 99 normale containers) onder de brug door. Na een korte stop in Onnen vervolgt hij om 15:55 met een loc in de traditionele ACTS-kleuren, mogelijk de 7103 in voorspan, zijn tocht via de verbindingsboog tussen aansluiting Haren en aansluiting Waterhuizen, die Onnen verbindt met de lijn naar Nieuweschans. Helaas rijdt de trein sneller dan mijn auto, waardoor hij alweer op het RSCG-terrein verstopt is voor ik er arriveer. Maar niet getreurd, een uur later komt er nog een, geeft althans de dienstregeling aan.  

Station

Ondertussen bezoek ik het historische station van Veendam, dat in het toeristische seizoen in gebruik is bij de STAR. Direct stapt er een man op me af; hij blijkt de toekomstige bewoner van dit fraaie gebouw te zijn. Ik benijd hem, wat is mooier dan te wonen in een oud station met regelmatig een enorme stoomloc voor de deur. Hij weet te melden dat er plannen zijn Veendam via light-rail met Groningen te verbinden. Dat moet niet erg kostbaar zijn, de lijn ligt er immers al. En ruimte is er in overvloed. Het emplacement telt vijf roestige sporen en het grenst aan een enorme maar lege asfaltvlakte, die jaren als terminal van Jonker heeft gediend. Het asfaltplein schijnt nog steeds in het bezit van Jonker en boze tongen beweren dat deze de voormalige losplaats niet wil verkopen om zo te voorkomen dat een concurrerend overslagbedrijf zich er vestigt. Aan de oostzijde ligt het losspoor waar ooit vloeibare kunstmest voor DSM Agro werd afgeleverd. Verder staan er twee loodsen met treinmaterieel van de STAR.

Als het wachten op de tweede containertrein niet wordt beloond - hij rijdt waarschijnlijk niet vanwege de twee feestdagen die aan deze tweede mei vooraf gegaan zijn - maak ik van de gelegenheid gebruik op station Zuidbroek de light-railstellen, de nieuwe Spurts (GTW van Stadler), waarmee Arriva mogelijk ook op Veendam gaat rijden, alvast op de gevoelige plaat vast te leggen. In het voormalige stationsgebouw wordt naarstig gewerkt aan de inrichting van wat het Noord-Nederlands Trein- en Trammuseum moet worden.  

Dolomiet

Mooi op tijd arriveert om 20:14 uur in Veendam tenslotte de laatste trein van de dag: de dolomiettrein uit Hermalle, die van alle goederentreinen het langste binnenlandse traject aflegt: van het zuidelijkste puntje van Limburg, tot in Oost-Groningen. Het is opnieuw de 6413 van Railion, die nu de imposante vracht van 28 wagens torst. Drie ervan zijn nieuwe rode Tanoos’en met opschrift “Railion”; de rest bestaat uit oude witte Tapps’en, nog met het eigendomskenmerk van de NS en verweerde opschriften Billiton Refractories. Op een of andere wijze is dit een esthetisch zeer verantwoorde trein, wellicht door die lange rij ronde bulkwagens, die vandaag nog eens feeëriek beschenen worden door de ondergaande zon.
Zowel voor de al genoemde overweg als voor de poort van Nedmag wordt gestopt. Vooral bij deze poort heeft de ene machinist, voorzien van een enorme sleutelbos, een veelheid aan handelingen te verrichten, wissel ontsluiten, poort openen, overweg bedienen, trein radiografisch aan het werk zetten. Op het terrein wordt de hele sleep door een hal met de stortput op het meest westelijke spoor gereden. Op het derde spoor staan de grootvolumewagens die in de ochtend geplaatst zijn, gekoppeld aan de oranje Unimog die Nedmag voor intern vervoer gebruikt.
De dolomiettrein is te lang, of het spoor te kort, maar hij verlaat door de achterste poort weer het terrein. De loc en een wagen of vijf belanden achter de poort weer op de stamlijn, die verder toch geen vervoer kent. Dan wordt de hele trein achteruit gezet en begint, een half uur na de aankomst in Veendam, het lange losproces, wagen voor wagen; elke wagen kost ongeveer 5 minuten. Telkens zet de onzichtbare machinist zijn loc en stukje achteruit, het brommende gevaarte staat moederziel alleen nog op de stamlijn. Het zal tegen middernacht lopen als deze Railion-medewerker “los” is.

In de schemering aanvaard ik de terugtocht naar het zuiden, weer een mooie ervaring rijker.

0183